Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank constateert dat verweerder de beslistermijn, inclusief verlenging, heeft overschreden en dat eiser tijdig ingebreke is gesteld.
De rechtbank past het 8+8-wekenmodel toe, waarbij verweerder binnen acht weken na verzending van de uitspraak een nader gehoor moet afnemen en binnen acht weken daarna een besluit moet nemen. De rechtbank oordeelt dat het opschorten van de bestuurlijke dwangsom in asielzaken niet in strijd is met het Unierechtelijke gelijkwaardigheidsbeginsel en doeltreffendheidsbeginsel.
Desondanks legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor het niet tijdig beslissen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser van €437,50 vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp.