ECLI:NL:RBDHA:2024:7726
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Frankrijk
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep samen met een verzoek om voorlopige voorziening behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris het besluit zorgvuldig heeft voorbereid en alle bezwaren van eiser heeft betrokken. Het betoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer toepasbaar is vanwege structurele problemen in Frankrijk wordt verworpen, mede op basis van recente jurisprudentie en rapporten die geen zwaarwegende tekortkomingen aantonen. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat hij persoonlijk in Frankrijk geen opvang, rechtsbijstand of medische zorg zal krijgen.
Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening, dat bijzondere individuele omstandigheden zou rechtvaardigen om de aanvraag toch in Nederland te behandelen, wordt afgewezen wegens gebrek aan medische bewijsvoering en onvoldoende aannemelijkheid dat Nederland het meest geschikte land is voor behandeling.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen. Eiser zal worden overgedragen aan Frankrijk en krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft niet in behandeling.