ECLI:NL:RBDHA:2024:7766
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige afvalligheid en bekering tot christendom
Eiser, een Iraanse nationaliteit, verzocht op 5 april 2022 om een verblijfsvergunning asiel, gebaseerd op zijn afvalligheid van de islam en bekering tot het christendom. De staatssecretaris wees de aanvraag op 30 november 2023 af wegens ongeloofwaardigheid van de kernonderdelen van het asielrelaas.
De rechtbank behandelde het beroep op 22 april 2024 en oordeelde dat de gestelde afvalligheid, bekering en de problemen op weg naar bekering niet geloofwaardig waren. De inconsistenties in verklaringen over het moment van afvalligheid, de rol van streng religieuze ouders, en het verloop van de bekering werden als doorslaggevend beschouwd.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer in Iran een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro. Ook het feit dat eiser inmiddels gedoopt is, kon het oordeel over de ongeloofwaardigheid van zijn bekering niet veranderen.
De aanvraag werd daarom terecht afgewezen als ongegrond en het beroep ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter H. Hanssen-Telman en griffier R.E.J. Jansen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid van de afvalligheid en bekering.