ECLI:NL:RBDHA:2024:7884
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Bulgarije
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 3 april 2024 waarbij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling werd genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag. De rechtbank heeft het beroep op 30 april 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren.
De rechtbank toetst het besluit aan de hand van de Dublinverordening en het interstatelijk vertrouwensbeginsel, dat inhoudt dat lidstaten mogen vertrouwen op de naleving van verdragsverplichtingen door andere lidstaten. Eiser stelde dat de detentie- en leefomstandigheden in Bulgarije in strijd zijn met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het Handvest, en dat hij mishandeld is in Bulgarije, waardoor overdracht onevenredig hard zou zijn.
De rechtbank verwijst naar recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin is geoordeeld dat er geen fundamentele systeemfouten zijn in de Bulgaarse asielprocedure en opvang, en dat klagen bij de Bulgaarse autoriteiten mogelijk is. De rechtbank acht eiser niet geslaagd in het aannemelijk maken van een reëel risico op een schending van zijn rechten bij overdracht.
Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening wegens onevenredige hardheid en het verzoek om bij zijn broer in Nederland te mogen blijven, wordt verworpen. De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris terecht Bulgarije als verantwoordelijke lidstaat heeft aangewezen en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag blijft niet in behandeling omdat Bulgarije verantwoordelijk is.