ECLI:NL:RVS:2023:3806
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep staatssecretaris tegen niet-behandeling asielaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam een asielaanvraag van een vreemdeling niet in behandeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond is en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. De voorzieningenrechter beoordeelde vervolgens de beroepsgronden die nog niet door de rechtbank waren behandeld.
De vreemdeling voerde onder meer aan dat hij in Bulgarije geen toegang heeft tot rechtsbijstand en noodzakelijke gezondheidszorg, dat hij onrechtmatig was gedetineerd en mishandeld, en dat zijn asielaanvraag in Nederland behandeld moet worden vanwege familiebanden. Deze gronden werden stuk voor stuk verworpen omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de vreemdeling daadwerkelijk geen toegang heeft tot basiszorg of rechtsmiddelen in Bulgarije, noch dat er sprake is van een reëel risico op schending van fundamentele rechten.
De Raad van State verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.