ECLI:NL:RBDHA:2024:8003
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Oostenrijk als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep behandeld en het onderzoek geschorst voor nadere informatie.
De kern van het geschil betreft de vraag of Oostenrijk terecht als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen, mede gelet op het gestelde verblijf van eiser buiten het Dublingrondgebied en de mogelijke toepassing van artikel 19, tweede lid, van de Dublinverordening. De staatssecretaris erkende dat Nederland niet alle relevante informatie in het terugnameverzoek had vermeld, maar concludeerde na nader onderzoek dat eiser zijn verblijf buiten het Dublingrondgebied niet aannemelijk heeft gemaakt. De wisselende en onduidelijke verklaringen van eiser ondermijnden zijn geloofwaardigheid.
Daarnaast stelde eiser dat terugzending naar Oostenrijk indirect refoulement oplevert vanwege een verschil in beschermingsbeleid voor leden van een Turkse groepering. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete en algemene informatie heeft overgelegd waaruit blijkt dat het Oostenrijkse beleid evident en fundamenteel verschilt van dat van Nederland. Ook is niet gebleken van systeemfouten in de Oostenrijkse asielprocedure of opvang.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris de asielaanvraag terecht niet in behandeling heeft genomen en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.