ECLI:NL:RBDHA:2024:817
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser, een Jemenitische asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen omdat Portugal volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag.
De rechtbank heeft het beroep op 18 januari 2024 behandeld en beoordeelt of het besluit rechtmatig is. Eiser voerde aan dat er sprake is van zwaarwegende individuele omstandigheden, waaronder medische klachten en gezinsbanden in Nederland, die een uitzondering op de Dublinverordening rechtvaardigen. Ook stelde hij dat Portugal zijn verdragsverplichtingen niet nakomt, onder meer door pushbacks en ontoereikende opvang.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Portugal tekortschiet in zijn verplichtingen of dat er een reële vrees voor schending van mensenrechten bestaat. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, en eiser heeft geen objectieve aanknopingspunten geleverd om dit te weerleggen. Ook is niet gebleken dat de uitzonderingsgronden van artikel 16 en Pro 17 van de Dublinverordening van toepassing zijn. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.