ECLI:NL:RBDHA:2024:17558
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, met de Tunesische nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de Minister van Asiel en Migratie niet in behandeling werd genomen omdat Portugal verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening.
Eiser stelde dat hij ten onrechte niet was gehoord en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Portugal niet kon worden toegepast vanwege tekortkomingen in het Portugese asiel- en opvangsysteem, onderbouwd met een AIDA-rapport. Tevens voerde hij een beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan wegens bedreiging door familie van zijn vriendin in Portugal.
De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende was uitgenodigd voor een persoonlijk gehoor, dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel terecht werd toegepast omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico loopt op een onmenselijke behandeling in Portugal. Ook was de bijzondere omstandigheid op grond van artikel 17 niet Pro voldoende onderbouwd.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af wegens gebrek aan connexiteit.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.