ECLI:NL:RBDHA:2024:819
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen voortduren maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet
De staatssecretaris heeft op 29 augustus 2023 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 lid 1 onder Pro a van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 19 januari 2024 via telehoren.
Eiser betoogt dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn omdat de laissez-passer-aanvraag van 25 juli 2023 nog niet is verstrekt en hij geen documenten bezit ter bevestiging van zijn identiteit of nationaliteit. Tevens stelt eiser dat de maatregel te zwaar is vanwege medische klachten en dat een lichter middel passend zou zijn.
De staatssecretaris voert aan dat er wel zicht is op uitzetting, mede doordat de Marokkaanse autoriteiten meewerken aan het verstrekken van reisdocumenten en nationaliteitsbevestigingen. Er is actief en voortvarend gehandeld met meerdere rappelleringen en vertrekgesprekken. Ook stelt de staatssecretaris dat het risico op onttrekking blijft bestaan en dat eiser onvoldoende meewerkt.
De rechtbank oordeelt dat de maatregel rechtmatig is voortgezet sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 3 november 2023. De medische klachten van eiser zijn onvoldoende onderbouwd om een lichter middel te rechtvaardigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.