ECLI:NL:RBDHA:2023:8706
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, is op 6 februari 2023 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank toetste of sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 21 april 2023 de maatregel rechtmatig bleef.
Eiser voerde aan dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend was in het uitzetten, omdat de lp-aanvraag vier maanden geleden was ingediend zonder zicht op een presentatie- of uitzettingsdatum. De staatssecretaris had slechts standaard rappels gestuurd en geen individuele inspanningen verricht. De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris lp-aanvragen naar Marokkaanse en Algerijnse autoriteiten had verstuurd, meerdere malen had gerappelleerd en dat er recent een vertrekgesprek met eiser was gevoerd.
De rechtbank concludeerde dat er geen gebrek aan zicht op uitzetting naar Marokko was, mede gelet op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en de statistieken over lp-aanvragen en uitzettingen. Eiser werkte niet actief mee aan zijn terugkeer en beschikte niet over originele documenten om zijn identiteit en nationaliteit aan te tonen. De staatssecretaris handelde voldoende voortvarend en het enkele tijdsverloop vormde geen bijzondere omstandigheid.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.