ECLI:NL:RBDHA:2024:8299
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Zwitserland
Eiser, van Tunesische nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, die door de staatssecretaris niet in behandeling werd genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Nederland had op 8 januari 2024 een verzoek tot terugname aan Zwitserland gedaan, dat door Zwitserland werd aanvaard.
Eiser betoogde dat hij bij overdracht aan Zwitserland een reëel risico op indirect refoulement loopt omdat zijn eerdere asielaanvraag in Zwitserland was afgewezen, wat volgens hem strijdig is met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het EU-Handvest. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waardoor de Nederlandse autoriteiten mogen aannemen dat Zwitserland zijn verdragsverplichtingen nakomt, tenzij eiser zwaarwegend bewijs levert van systeemfouten.
Eiser slaagde er niet in dit bewijs te leveren. Zijn stellingen waren onvoldoende onderbouwd en er was geen aannemelijk gemaakt fundamenteel verschil in beschermingsbeleid tussen Nederland en Zwitserland. De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen en verklaarde het beroep kennelijk ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is.