ECLI:NL:RBDHA:2024:8380
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument op grond van ontbreken bijkomende afhankelijkheid in familieverband
Eiser, een Turkse staatsburger, verzocht om een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan om bij zijn zus en zwager in Nederland te verblijven. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij ten laste kwam van zijn referent en dat er sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie, zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro.
Eiser betwistte de motivering en stelde dat verweerder de verkeerde toetsingsmaatstaf hanteerde door te beoordelen of hij zelfstandig kon functioneren, terwijl de juiste vraag is of er bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn. Eiser voerde aan dat hij mantelzorg ontvangt en dat de belangenafweging ten onrechte in het nadeel van eiser uitviel.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn, mede omdat eiser professionele zorg nodig heeft die ook in Turkije beschikbaar is, en dat de financiële en praktische ondersteuning door referent en zus onvoldoende is om van een beschermwaardig familie- en gezinsleven te spreken. De rechtbank verwierp ook het beroep op eerdere jurisprudentie omdat de situatie niet vergelijkbaar was.
De belangenafweging door verweerder was zorgvuldig en volledig, waarbij alle relevante omstandigheden zijn betrokken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag verblijfsdocument bevestigd.