ECLI:NL:RBDHA:2024:8434
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen lasten onder dwangsom wegens bewoning bedrijfspand zonder vergunning
Eisers hebben beroep ingesteld tegen twee lasten onder dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van Waddinxveen aan hen heeft opgelegd wegens het bewonen van een bedrijfspand zonder de vereiste omgevingsvergunning. Het college stelde dat de overtreding bestond uit het gebruik van het pand als woning, wat strijdig is met het bestemmingsplan en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
De rechtbank oordeelde dat de Wabo, zoals die gold vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, van toepassing is. Eisers konden geen omgevingsvergunning overleggen die het gebruik van het pand als woning legaliseerde. Ook was niet gebleken dat een vergunning van rechtswege was ontstaan, omdat niet was aangetoond dat een aanvraag was ingediend of dat vergunningverlening mogelijk was.
Het college was derhalve bevoegd en gerechtigd om handhavend op te treden. Eisers voerden dat het college vertrouwen had gewekt dat niet zou worden gehandhaafd en dat handhaving onevenredig was, maar de rechtbank verwierp deze argumenten. Er was geen concreet zicht op legalisatie en geen sprake van gelijke gevallen of bijzondere omstandigheden die handhaving zouden verbieden.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is, de dwangsommen terecht zijn verbeurd en ingevorderd, en dat eisers geen recht hebben op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de lasten onder dwangsom wegens bewoning van het bedrijfspand wordt ongegrond verklaard.