ECLI:NL:RBDHA:2024:8543
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening Kroatië
Eiser, met de Sierra Leoonse nationaliteit, diende op 23 oktober 2023 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Kroatië stemde in met een verzoek tot terugname van Nederland.
Eiser voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder dat hij geen asielaanvraag in Kroatië had ingediend, dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet mocht worden toegepast vanwege risico's op pushbacks, en dat algemene beginselen van behoorlijk bestuur waren geschonden. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van Eurodac-gegevens waaruit blijkt dat eiser in Kroatië een asielverzoek heeft ingediend.
De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Hof van Justitie van de EU en concludeerde dat verweerder mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eisers stellingen over pushbacks en het ontbreken van garanties werden onvoldoende onderbouwd geacht. Ook werden de aangevoerde schendingen van motiverings-, vertrouwens-, rechtszekerheids- en gelijkheidsbeginsel niet gegrond bevonden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.