ECLI:NL:RBDHA:2024:8652
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Somalië wegens onvoldoende bewijs en misleiding
Eiser, een Somalische nationaliteit, vroeg asiel aan op grond van vrees voor zijn zwager en discriminatie als lid van een minderheidsstam. Verweerder wees de aanvraag af wegens gebrek aan bewijs voor de bedreigingen en vond de verklaringen van eiser vaag en tegenstrijdig. Tevens werd vastgesteld dat eiser gebruik maakte van een vals identiteitsbewijs en niet direct asiel had aangevraagd.
Eiser voerde in beroep aan dat verweerder ten onrechte documenten over de verkoop van het ouderlijk huis had gemist en onvoldoende rekening had gehouden met zijn stamachtergrond en discriminatie. Ook stelde hij dat de afwijzing als kennelijk ongegrond onterecht was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag afwees omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico liep op vervolging of ernstige schade. De rechtbank vond de verklaringen van eiser ongerijmd en tegenstrijdig, en bevestigde de misleiding over identiteit en het niet direct aanvragen van asiel.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd aan eiser een vertrektermijn onthouden, met oplegging van een inreisverbod voor twee jaar. De rechtbank kende geen proceskosten toe aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag met oplegging van een inreisverbod.