ECLI:NL:RBDHA:2024:8666
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en Kroatische verantwoordelijkheid
Eiser, een Iraanse asielzoeker, diende een asielaanvraag in Nederland in, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Kroatië als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen.
Eiser betoogde dat de verantwoordelijkheid van Kroatië niet vaststaat omdat het claimakkoord op artikel 20, vijfde lid, van de Dublinverordening is gebaseerd en dat hij in Kroatië onmenselijk is behandeld, onder meer vanwege zijn homoseksualiteit, wat bijzondere individuele omstandigheden zou vormen om overdracht te weigeren.
De rechtbank oordeelde dat Kroatië terecht als verantwoordelijke lidstaat wordt aangemerkt, het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Kroatië niet adequaat beschermd wordt. Ook zijn klachten over discriminatie en pushbacks werden onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde dat de asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen, met het advies aan eiser om klachten over discriminatie in Kroatië bij de lokale autoriteiten aan te kaarten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard en Kroatië blijft verantwoordelijk voor de behandeling.