ECLI:NL:RBDHA:2024:869
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrees voor indirect refoulement bij overdracht aan Zweden in Dublinprocedure
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen omdat Zweden verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De rechtbank heeft de beroepen behandeld en het recente arrest van het Hof van Justitie van 30 november 2023 betrokken in haar beoordeling.
Het Hof heeft een nieuw juridisch toetsingskader vastgesteld voor de beoordeling van vrees voor indirect refoulement bij overdracht aan een andere lidstaat, waarbij het uitgangspunt is dat de rechter ervan uitgaat dat de aangezochte lidstaat het risico op refoulement adequaat beoordeelt, tenzij sprake is van systeemfouten in de asielprocedure of opvangvoorzieningen. Eisers hebben onvoldoende bewijs geleverd dat dergelijke systeemfouten in Zweden bestaan.
De rechtbank oordeelt dat het verschil in beschermingsbeleid tussen Nederland en Zweden geen systeemfout vormt en dat eisers geen aannemelijk bewijs hebben geleverd van het ontbreken van rechtsmiddelen in Zweden. Daarom zijn de beroepen ongegrond en blijven de besluiten van niet-ontvankelijkheid in stand.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de asielaanvragen blijven niet in behandeling genomen.