ECLI:NL:RBDHA:2024:8710
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken procesbelang
Eiser heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ontvangen op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b van de Vreemdelingenwet 2000, geldig van 12 september 2022 tot 12 september 2027. Eiser stelde beroep in tegen het besluit, met name vanwege de vermelding van zijn nationaliteit als 'onbekend' in plaats van 'staatloos'.
De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. Eiser kan door de gegrondverklaring van het beroep niet in een gunstiger positie komen, aangezien binnen het Nederlandse vergunningenstelsel geen extra rechten verbonden zijn aan een vergunning op de a-grond ten opzichte van de b-grond. Daarnaast is het wijzigen van de nationaliteit in de verblijfsvergunning niet noodzakelijk voor de beslissing en kan dit via een andere rechtsgang bij de gemeente worden aangepakt.
De procedure omvatte een aanmeldgehoor Dublin, waarbij bleek dat Italië verantwoordelijk was voor de asielaanvraag, maar na het niet reageren van Italië werd de aanvraag door Nederland in behandeling genomen. Tijdens het nader gehoor overhandigde eiser documenten ter onderbouwing van zijn staatloosheid, maar dit leidde niet tot een wijziging in het besluit.
De rechtbank wijst het beroep af zonder inhoudelijke beoordeling en kent geen proceskosten toe. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.