ECLI:NL:RVS:2023:4384
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na niet-ontvankelijkverklaring beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 8 maart 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 28 juli 2022 niet-ontvankelijk verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming beantwoord moeten worden. De rechtsvraag over de vaststelling van staatloosheid in de asielprocedure was reeds eerder door de Afdeling beantwoord in een uitspraak van 7 december 2017. Bovendien was op 1 oktober 2023 de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid in werking getreden.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 28 november 2023.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en verklaart het hoger beroep ongegrond.