ECLI:NL:RBDHA:2024:8960
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beleid rond aangifte mensenhandel en aanvraag verblijfsvergunning in strijd met Awb en evenredigheidsbeginsel
Eiser, een Sierra Leoonse nationaliteit, deed op 1 maart 2023 aangifte van mensenhandel. Naar aanleiding hiervan vroeg hij een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan onder de beperking ‘humanitair tijdelijk’. De aanvraag werd door de IND afgewezen omdat het Openbaar Ministerie op 9 maart 2023 besloot tot sepot en de IND het M55-formulier pas op 14 maart 2023 ontving, waarna zij de aanvraag ambtshalve als zodanig aanmerkte.
De rechtbank oordeelt dat het beleid waarbij de aanvraag pas als zodanig wordt beschouwd op het moment dat het M55-formulier door politie of KMar wordt doorgestuurd, niet in overeenstemming is met artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit leidt tot willekeur omdat de datum van doorzending kan verschillen en daarmee het recht op een verblijfsvergunning wordt beïnvloed.
Verder concludeert de rechtbank dat het beleid in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, omdat het belang van de vreemdeling bij een spoedige beslissing niet wordt gediend. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de staatssecretaris op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarbij de datum van aangifte als datum van aanvraag geldt. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en de aanvraagdatum wordt gesteld op de datum van aangifte.