ECLI:NL:RBDHA:2024:9191
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening België
Eiser, van Turkse nationaliteit, diende een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in Nederland in. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling omdat België volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat het besluit onzorgvuldig was en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België niet van toepassing kon zijn vanwege de ontoereikende opvangsituatie.
De rechtbank oordeelde dat het voornemen van de staatssecretaris een voorbereidingshandeling is en dat eiser voldoende gelegenheid had om zijn zienswijze in te dienen. De staatssecretaris had alle relevante argumenten meegewogen in het bestreden besluit. De rechtbank volgde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die oordeelde dat ondanks tekortkomingen in de Belgische opvang, het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden toegepast.
De rechtbank stelde vast dat er geen sprake is van een fundamentele systeemfout in België die een uitzondering op het vertrouwensbeginsel rechtvaardigt. De opvangvoorzieningen, waaronder nood- en daklozenopvang, medische en juridische hulp, zijn aanwezig en de Belgische autoriteiten werken aan uitbreiding van reguliere opvangplaatsen. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de aanvraag bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan België blijft gehandhaafd.