ECLI:NL:RBDHA:2024:9261
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Nederland had een verzoek tot terugname van de asielaanvraag bij Oostenrijk ingediend, dat door Oostenrijk werd aanvaard.
Eiser voerde aan dat het claimverzoek te laat was verzonden en dat hij geen opvang kreeg in Oostenrijk, en dat hij bij zijn broer in Nederland wilde verblijven. De rechtbank oordeelde dat het claimverzoek tijdig was verzonden en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij wordt aangenomen dat Oostenrijk zijn verplichtingen nakomt.
De rechtbank vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in Oostenrijk een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling of dat er sprake is van structurele tekortkomingen in de opvang. Ook het beroep op verblijf bij zijn broer werd niet onderbouwd en onvoldoende geacht om het besluit te wijzigen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en blijft het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen in stand. Eiser mag worden overgedragen aan Oostenrijk en krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.