ECLI:NL:RVS:2024:84
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- J.M. Willems
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tijdigheid terugnameverzoek asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De vreemdeling had een asielaanvraag ingediend op 7 mei 2023. De staatssecretaris nam op 15 mei 2023 de vingerafdrukken en stuurde deze naar het Eurodac-systeem, zij het niet binnen de voorgeschreven 72 uur. De staatssecretaris verzond op 10 juli 2023 een terugnameverzoek aan de Letse autoriteiten.
De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris het terugnameverzoek tijdig had ingediend, maar onterecht aangenomen dat de Eurodac-termijnen bepalend zijn voor het moment waarop de termijn van twee maanden voor het terugnameverzoek begint te lopen. De Raad van State oordeelt dat de Eurodac-termijnen niet bepalend zijn voor het moment waarop de termijn van twee maanden start.
Verder bevestigt de Raad dat terugnameverzoeken uiterlijk binnen drie maanden na de asielaanvraag moeten worden ingediend, conform de Dublinverordening en de rechtspraak van het Hof van Justitie. Het terugnameverzoek van 10 juli 2023 is daarmee tijdig.
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het vonnis van de rechtbank, waarbij de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bevestigd.