ECLI:NL:RBDHA:2024:9333
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroepen tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris die hun asielaanvragen niet in behandeling nam, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft de beroepen op 29 maart 2024 behandeld en de procedure gesloten na aanvullende motivering van de staatssecretaris.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van Kroatië, mede gelet op eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en het Europees Hof. Eisers hebben onvoldoende objectieve aanknopingspunten geleverd om aan te tonen dat zij bij overdracht aan Kroatië een reëel risico lopen op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. Ook hun persoonlijke verklaringen over mensonterende behandeling in Kroatië zijn volgens de rechtbank niet aannemelijk gemaakt.
Verder oordeelt de rechtbank dat de staatssecretaris de belangen van de minderjarige kinderen voldoende heeft betrokken en dat geen sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die overdracht onevenredig hard maken. De voorlopige voorzieningen die aan eisers zijn toegewezen schorten de overdrachtstermijn op. De beroepen worden ongegrond verklaard en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen blijft in stand.