ECLI:NL:RBDHA:2024:9372
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Bulgarije volgens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
Eiser betoogt primair dat Oostenrijk verantwoordelijk zou zijn en subsidiarier dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Bulgarije niet kan worden toegepast vanwege een gebrekkige motivering en verwijst naar jurisprudentie en rapporten die risico's bij overdracht aan Bulgarije onderbouwen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep op het arrest van het Hof van Justitie niet slaagt omdat Oostenrijk geen claimverzoek heeft ingediend en Bulgarije het verzoek van Nederland expliciet heeft aanvaard. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel is hier van toepassing en eiser heeft onvoldoende concrete aanwijzingen geleverd dat Bulgarije zijn internationale verplichtingen niet nakomt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 27 mei 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.