ECLI:NL:RVS:2023:3133
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
De vreemdeling, van Syrische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die de staatssecretaris op 18 oktober 2022 niet in behandeling nam omdat Bulgarije volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De vreemdeling vreesde een zogeheten pushback in Bulgarije, waarbij hij zonder asielprocedure naar een derde land zou worden doorgestuurd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de vreemdeling stelde hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak toetste het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij wordt aangenomen dat de asielprocedure in Bulgarije voldoet aan het EU Handvest, het Vluchtelingenverdrag en het EVRM. De vreemdeling slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij een reëel risico loopt op een schending van deze rechten bij terugkeer.
De Afdeling oordeelde dat pushbacks in Bulgarije weliswaar op grote schaal voorkomen, maar niet in het grensgebied waar Dublinclaimanten worden overgedragen. Ook is de toegang tot opvang voor Dublinclaimanten in Bulgarije in beginsel gegarandeerd. De persoonlijke situatie van de vreemdeling gaf geen aanleiding tot een ander oordeel. De prejudiciële vragen over het vertrouwensbeginsel werden niet afgewacht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.