ECLI:NL:RBDHA:2024:9593
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van naheffingsaanslagen parkeerbelasting en hoorplicht bij gemeente Den Haag
Eiseres kreeg naheffingsaanslagen opgelegd voor het niet voldoen aan parkeerbelasting op twee locaties in Den Haag. Zij betwistte de bevoegdheid van de aanslagen, de schending van de hoorplicht en het niet ter inzage leggen van stukken. De rechtbank stelde vast dat de parkeerplaatsen duidelijk waren aangeduid met borden en parkeerautomaten, waardoor de parkeerbelasting voldoende kenbaar was gemaakt.
De naheffingsaanslagen waren opgelegd door een bevoegde ambtenaar en de uitspraken op bezwaar waren eveneens bevoegd gedaan. Het indienen van verweerschriften na de termijn werd als nader stuk aangemerkt en vormde geen schending. De rechtbank vond dat de stukken tijdig en volledig waren ingediend en ter inzage gelegd, ondanks dat eiseres dit betwistte.
De rechtbank oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden, mede gelet op het feit dat de gemachtigde van eiseres regelmatig niet verschijnt bij hoorzittingen. De formele grieven konden daardoor niet leiden tot een ander oordeel. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslagen parkeerbelasting worden ongegrond verklaard en de aanslagen blijven in stand.