Eiser heeft op 21 oktober 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend. Na het verstrijken van de beslistermijn van zes maanden zonder besluit, heeft eiser de staatssecretaris tweemaal in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen. Op 6 maart 2024 is beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken, de ingebrekestellingen rechtsgeldig zijn ontvangen en dat sindsdien meer dan twee weken zijn verstreken. Op grond van de Vreemdelingenwet en de Algemene wet bestuursrecht wordt het niet tijdig nemen van een besluit gelijkgesteld aan een besluit waartegen beroep mogelijk is.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen zestien weken na deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van €7.500. De staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser tot een bedrag van €437,50.