ECLI:NL:RBDHA:2024:9785
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens internationale bescherming in Roemenië
Eiser, met een onbekende nationaliteit, heeft meerdere asielaanvragen ingediend. De eerste werd in 2018 niet-ontvankelijk verklaard vanwege internationale bescherming in Roemenië, en het beroep daartegen werd in 2019 ongegrond verklaard. Een tweede aanvraag werd in 2020 buiten behandeling gesteld, waarna eiser het beroep introk. In februari 2024 diende eiser opnieuw een asielaanvraag in, die de staatssecretaris in april 2024 niet-ontvankelijk verklaarde omdat eiser nog steeds internationale bescherming in Roemenië geniet.
Eiser voerde aan dat hij vanwege zijn handicap en zorgbehoefte niet naar Roemenië kan terugkeren, omdat hij daar niet de benodigde zorg krijgt en hij in Nederland familie heeft die hem kan ondersteunen. De staatssecretaris baseerde zich op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en het claimakkoord van 2019 en stelde dat eiser onvoldoende had aangetoond dat hij bijzonder kwetsbaar is of dat zijn verblijfsrecht in Roemenië is beëindigd.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd van zijn bijzondere kwetsbaarheid, zoals medische verklaringen, en dat het aan eiser was om aannemelijk te maken dat zijn verblijfsrecht in Roemenië is beëindigd. Ook wees de rechtbank erop dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in beginsel geldt en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd waarom dit niet zou moeten gelden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de asielaanvraag niet-ontvankelijk is.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de asielaanvraag niet-ontvankelijk is wegens internationale bescherming in Roemenië.