ECLI:NL:RBDHA:2024:9800
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en Kroatië als verantwoordelijke lidstaat
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit op de Dublinverordening, waarbij Kroatië als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen en Nederland een verzoek tot terugname aan Kroatië heeft gedaan, dat is aanvaard.
Eiser stelde dat hij en zijn partner vanwege hun LHBTI-status en de bekendmaking van hun relatie door een ex-partner in Nigeria vrezen voor hun veiligheid in Kroatië. Hij verwees naar het AIDA-rapport 2023 dat stelt dat Kroatië geen adequaat systeem heeft om kwetsbare groepen zoals LHBTI-asielzoekers te beschermen. Ook gaf eiser aan dat hij in Kroatië informatie heeft ingewonnen over de situatie voor homoseksuelen en daarom besloot het land te verlaten.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht het interstatelijk vertrouwensbeginsel toepast, waarbij Kroatië heeft gegarandeerd de asielaanvraag conform Europese richtlijnen te behandelen. Kroatië is partij bij het EVRM en eiser kan bij problemen de Kroatische autoriteiten aanspreken. Het AIDA-rapport toont niet aan dat er geen ondersteuning is voor LHBTI-personen of dat klachten zinloos zijn. Er is geen reëel risico op een behandeling in strijd met het EU-Handvest of EVRM. Ook zijn er geen bijzondere omstandigheden die overdracht onevenredig maken.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft het besluit van niet in behandeling nemen van de aanvraag in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter J.H. Lange op 12 juni 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Kroatië blijft in stand.