ECLI:NL:RBDHA:2024:9829
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Eiser betaalde BPM over een gebruikte Opel Astra op basis van een taxatierapport, maar verweerder legde een naheffingsaanslag op na controle door Domeinen Roerende Zaken (DRZ), die een lagere waardering van de auto en schade vaststelde. Eiser betwistte onder meer de waardebepaling, de hoorplicht, en vermeende schendingen van het Unierecht.
De rechtbank oordeelt dat de hoorplicht niet is geschonden, dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en dat het taxatierapport van eiser onvoldoende bewijs biedt voor een hogere schadeaftrek. De door DRZ gehanteerde waarderingsmethoden en reparatietarieven zijn acceptabel en niet in strijd met het Unierecht. Ook de CO2-uitstoot en historische nieuwprijs zijn juist vastgesteld.
Verder is de rechtbank niet verplicht prejudiciële vragen te stellen en wijst zij het beroep af. Wel kent zij eiser een vergoeding van €1.500 toe voor immateriële schade wegens een overschrijding van de redelijke termijn van ruim een jaar, en vergoedt zij proceskosten en griffierecht deels aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter E. Kouwenhoven op 11 juni 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt een vergoeding van €1.500 voor immateriële schade wegens termijnoverschrijding.