ECLI:NL:RBDHA:2024:9832
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag vermindert naheffingsaanslag BPM na geschil over waardebepaling en proceskosten
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM en een rentebeschikking opgelegd door de Belastingdienst. De kern van het geschil betreft de waardebepaling van een gebruikte Mercedes Benz S-klasse 65 AMG Lang, waarbij eiseres een taxatierapport gebruikte dat door de inspecteur werd betwist. De inspecteur stelde een hogere waarde vast op basis van een koerslijst en constateerde geen schade aan het voertuig, wat leidde tot een hogere naheffingsaanslag.
De rechtbank oordeelt dat het taxatierapport van eiseres niet kan dienen voor de vaststelling van de verschuldigde BPM, omdat het niet de toestand van de auto bij aangifte weerspiegelt en de schade niet aannemelijk is gemaakt. De rechtbank volgt de inspecteur in de waardebepaling op basis van de koerslijst, waarbij een afschrijvingspercentage van 51,54% wordt gehanteerd, wat leidt tot een vermindering van de naheffingsaanslag tot € 2.843.
Verder wijst de rechtbank de stellingen van eiseres over schending van artikel 110 VWEU Pro, het Unierechtelijk verdedigingsbeginsel en het beginsel van wapengelijkheid af. Ook wordt geen prejudiciële vraag gesteld aan het HvJ EU. De rechtbank kent een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van drie jaar en drie maanden, en veroordeelt de Staat en de Belastingdienst in de proceskosten en het betaalde griffierecht. De wettelijke rente over het griffierecht zal vanaf vier weken na uitspraak worden vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot € 2.843 en immateriële schadevergoeding en proceskosten worden toegekend.