ECLI:NL:RBDHA:2025:1007
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunningaanvraag wegens Dublinverordening
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 10 december 2024 niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek. Verzoeker stelde dat het besluit niet rechtsgeldig bekend was gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit rechtsgeldig bekend is gemaakt via het advocatenportaal van de gemachtigde, die expliciet had aangegeven voldoende bereikbaar te zijn via deze elektronische weg. Het betoog dat besluiten niet digitaal bekend kunnen worden gemaakt, werd verworpen op grond van vaste rechtspraak en de handleiding van het advocatenportaal.
Hoewel verzoeker stelde dat het advocatenportaal mogelijk niet bereikbaar was, was dit niet onderbouwd. Tevens was verzoeker op 17 december 2024 op de hoogte van het besluit en had binnen 24 uur een verzoek om voorlopige voorziening kunnen indienen. Het verzoek werd uiteindelijk bijna een maand na het beroepschrift ingediend.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het beroep weinig kans van slagen heeft en dat geen belangenafweging aanleiding geeft tot het treffen van een voorlopige voorziening. De overdracht aan Duitsland heeft geen onomkeerbare gevolgen, en een eventuele terugleiding naar Nederland is mogelijk. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.