ECLI:NL:RBDHA:2025:10101
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige lesbische geaardheid en tegenstrijdige verklaringen
Eiseres, afkomstig uit de Comoren, vroeg asiel aan in Nederland op grond van haar lesbische geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen in haar land van herkomst. Verweerder wees de aanvraag af omdat hij twijfelde aan de geloofwaardigheid van eiseres, mede vanwege meerdere tegenstrijdige verklaringen.
De rechtbank volgde verweerder en stelde vast dat eiseres en haar vriendin tegenstrijdige verklaringen hadden afgelegd over hun eerste ontmoetingsplek, dat de oproep van de Comorese rechtbank niet overeenkwam met de door eiseres opgegeven relatieperiode, en dat de verklaring over een huisinval niet overeenkwam met landeninformatie. Deze tegenstrijdigheden ondermijnden de geloofwaardigheid van het asielrelaas.
Eiseres voerde aan dat haar culturele achtergrond het ontbreken van gedetailleerde verklaringen verklaarde en dat verweerder te veel waarde hechtte aan het ontbreken van objectieve documenten. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht de aanvraag als kennelijk ongegrond mocht afwijzen op basis van de tegenstrijdige verklaringen, conform artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter T.N. van Rijn.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en verklaart de asielaanvraag kennelijk ongegrond vanwege ongeloofwaardige en tegenstrijdige verklaringen.