Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser stelde op 3 juli 2024 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn echtgenote en kinderen. De rechtbank verklaarde dit beroep op 15 november 2024 gegrond en gaf verweerder acht weken om alsnog een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
Omdat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist, stelde eiser op 14 februari 2025 opnieuw beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat dit beroep ontvankelijk en gegrond is, aangezien de dwangsom nog niet volledig was verbeurd en er nog steeds geen besluit is genomen.
De rechtbank stelt een nieuwe beslistermijn van twee weken en verhoogt de dwangsom naar € 200 per dag met een maximum van € 15.000. Daarnaast veroordeelt zij verweerder in de proceskosten en de vergoeding van het griffierecht. Hiermee wordt verweerder gedwongen alsnog binnen de gestelde termijn een besluit te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twee weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.