Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar en tegen de vastgestelde compensatie kinderopvangtoeslag over 2015, alsmede tegen de afwijzing van compensatie over 2013, 2014 en 2017. Verweerder heeft de compensatie voor 2015 vastgesteld op €70.643,- na advies van de Bezwaaradviescommissie en aanvullende schadevergoeding. Voor de jaren 2013, 2014 en 2017 is compensatie afgewezen vanwege reguliere correcties en het ontbreken van institutionele vooringenomenheid of hardheid van het stelsel.
Eiseres betoogt dat de neerwaartse bijstellingen onrechtmatig zijn en dat sprake is van onevenredig harde invordering, onder meer door verrekening met kindgebonden budget en loonbeslag zonder rekening te houden met de beslagvrije voet. De rechtbank oordeelt dat de terugvorderingen het gevolg zijn van reguliere wijzigingen in opvanguren en toetsingsinkomen en dat de beslagvrije voet niet relevant is voor de beoordeling van hardheid in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen.
De rechtbank constateert onzorgvuldigheden in de procedure, zoals het niet tijdig beslissen op bezwaar en het niet volledig verstrekken van het dossier, maar deze leiden niet tot toekenning van compensatie. Wel wordt verweerder veroordeeld tot een schadevergoeding van €500,- wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk.