ECLI:NL:RVS:2013:BZ7513
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- N.S.J. Koeman
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen uitblijven drank- en horecavergunning
Op 15 augustus 2010 stelde appellante beroep in tegen het uitblijven van een beslissing op haar aanvraag van 12 april 2007 voor een drank- en horecavergunning voor een horecabedrijf te Doetinchem. Later trok zij het beroep in vanwege toezegging van ambtshalve vergunningverlening. Het college verleende de vergunning op 17 november 2010, betaalde de leges terug, maar weigerde vergoeding van overige kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten van €218,50, maar wees het verzoek om schadevergoeding af wegens onvoldoende onderbouwing. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht een wegingsfactor van 0,25 toepaste gezien het lichte gewicht van de zaak, en dat geen bijzondere omstandigheden voor een volledige vergoeding van proceskosten aanwezig waren. Ook werd geoordeeld dat de procedure niet onredelijk lang had geduurd binnen de betekenis van artikel 6 EVRM Pro.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.