ECLI:NL:RBDHA:2025:10332

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 juni 2025
Publicatiedatum
13 juni 2025
Zaaknummer
NL25.1191 en NL25.1198
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbArt. 30b VwArt. 66a Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvragen wegens ongeloofwaardige identiteit en onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar

Eisers, een tweelingbroer en -zus uit de Democratische Republiek Congo, dienden in 2020 en opnieuw in 2022 asielaanvragen in. Zij stelden dat zij vervolging vrezen vanwege de moord op hun vader, een voormalig medewerker van de Congolese inlichtingendienst, en de daaruit voortvloeiende bedreigingen.

De rechtbank beoordeelde de overgelegde documenten, waaronder paspoorten en een verklaring van schoolgang, en concludeerde dat hoewel de paspoorten origineel zijn, de identiteit van eisers niet geloofwaardig is vanwege twijfel over de echtheid en opmaak van de documenten. Het onderzoek van Bureau Documenten wees uit dat sommige documenten waarschijnlijk niet bevoegd zijn opgemaakt.

Verweerder heeft de aanvragen afgewezen als kennelijk ongegrond en een inreisverbod opgelegd. Eisers voerden aan dat verweerder onterecht hun identiteit ongeloofwaardig achtte en onvoldoende rekening hield met nieuwe documenten en jurisprudentie. De rechtbank verwierp deze bezwaren en oordeelde dat verweerder zorgvuldig heeft gehandeld en dat de beroepen ongegrond zijn.

De rechtbank bevestigde dat de identiteit van eisers niet aannemelijk is gemaakt en dat zij geen reëel risico lopen op vervolging bij terugkeer naar Congo. Het inreisverbod is terecht opgelegd. De beroepen worden afgewezen en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De asielaanvragen worden afgewezen wegens ongeloofwaardige identiteit en onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar; het inreisverbod blijft van kracht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.1191 en NL25.1198

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

V-nummer: [V-nummer 1]
en
[eiser], eiser
V-nummer: [V-nummer 2]
hierna te noemen: eisers
(gemachtigde: mr. M.E. Muller),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. E. Sweerts).

Procesverloop

Eisers hebben op 14 oktober 2022 opvolgende asielaanvragen voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met de bestreden besluiten van 8 januari 2025 deze aanvragen in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eisers hebben beroepen ingesteld tegen de bestreden besluiten.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft de beroepen op 13 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen eisers, de gemachtigde van eisers, [tolk] als tolk, en de gemachtigde van verweerder. Ter zitting is het onderzoek geschorst.
De rechtbank heeft op 17 maart 2025 door middel van een bericht in het digitale dossier aan verweerder verzocht om vóór 1 april 2025 het vergelijkingsmateriaal ten aanzien van de
door Bureau Documenten onderzochte oproepen aan het digitale dossier toe te voegen.
In de beslissing van 3 april 2025 heeft de geheimhoudingskamer van deze rechtbank geoordeeld dat beperking van de kennisneming van het vergelijkingsmateriaal ten aanzien van de door Bureau Documenten onderzochte oproepen tot de rechtbank gerechtvaardigd is. Eisers hebben erin toegestemd dat de rechtbank mede op grond van deze stukken uitspraak doet zonder een nadere zitting.
Op 15 mei 2025 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.
Beoordeling door de rechtbank
1. Eisers stellen de Congolese nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [datum] 2002. Eisers zijn tweelingzus en -broer.
2. Eisers hebben op 17 november 2020 hun eerste asielaanvragen ingediend. Daaraan hebben zij ten grondslag gelegd dat hun vader in de periode 2010-2018 voor de ANR (Agence Nationale de Renseignements, de Congolese inlichtingendienst) heeft gewerkt. In 2016 werd hij voor een missie werd uitgezonden en is niet meer teruggekeerd. Eisers waren voordien door hem naar zijn beste vriend, [naam 1] ( [naam 1] ), gebracht. Eind oktober 2018 kwam ene mevrouw [naam 2] ( [naam 2] ) eisers ophalen met de mededeling dat zij hen naar hun vader zou brengen. Eisers werden vervolgens door haar naar kolonel [naam 3] in [plaats] gebracht. Na anderhalve week vertelde kolonel [naam 3] aan eisers dat hij hun vader had vermoord, omdat hun vader volgens hem een verrader was. Ook stelde hij dat hun vader nog een schuld bij hem had, die eisers moesten aflossen. Eiser moest voor kolonel [naam 3] (zware) lichamelijke arbeid gaan verrichten, onder meer in een diamantmijn, en werd getraind om te gaan deelnemen in het (rebellen)leger van de kolonel. Eiseres werd uitgehuwelijkt aan een vriend van de kolonel, [naam 4] , door wie zij vervolgens vrijwel dagelijks werd mishandeld en verkracht. Tijdens de feestdagen, eind december 2018, kreeg eiseres van [naam 4] toestemming om eiser te bezoeken. Een medewerker van kolonel [naam 3] heeft hen vervolgens geholpen om te vluchten.
Deze asielaanvragen zijn bij besluiten van 11 februari 2022 afgewezen als ongegrond. De daartegen gerichte beroepen van eisers zijn ongegrond verklaard, waarmee deze besluiten in rechte zijn vast komen te staan. [1]
3. Op 14 oktober 2022 hebben eisers de huidige asielaanvragen ingediend. Ter onderbouwing van hun identiteit hebben eisers originele paspoorten, afgegeven op 1 juni 2022, en een gelegaliseerde en gecertifieerde kopie alsmede een origineel Attestation de Frequentation (verklaring van schoolgang), afgegeven op 15 juni 2022, overgelegd. Daarnaast hebben eisers nieuwe stukken ingebracht betreffende hun gestelde problemen als gevolg van de dood van hun vader, namelijk:
  • een gewaarmerkte kopie van het proces-verbaal, afgegeven op 19 januari 2022;
  • twee oproepen voor [naam 1] , afgegeven op 15 en 17 juli 2019;
  • een vonnis van de rechtbank van 19 maart 2022;
  • een verklaring van de ANR van 7 juli 2022, en
  • een kopie van de envelop waarin de stukken zijn ontvangen.
Daarnaast stellen eisers dat zij op basis van de feiten en omstandigheden die eiseres naar voren heeft gebracht vallen onder het gewijzigde beleid, te weten Werkinstructie 2022/4 en geldig vanaf 31 januari 2022.
4. Uit het onderzoek van Bureau Documenten blijkt dat de
verklaring van de ANRvan 7 juli 2022 is onderzocht, maar dat gelet op het ontbreken van voldoende, betrouwbaar vergelijkingsmateriaal voor wat betreft de echtheid, de opmaak en afgifte van het document geen uitspraak kan worden gedaan.
Ten aanzien van de
paspoortenheeft Bureau Documenten geconcludeerd dat deze, gelet op het beschikbare vergelijkingsmateriaal, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid echt zijn. Echter kan geen uitspraak worden gedaan over de opmaak en afgifte ervan.
Ten aanzien de
kopie aanwezigheid onderwijsis geconcludeerd dat geen uitspraak kan worden gedaan over de echtheid, de opmaak en de afgifte ervan, omdat het document niet origineel is.
Over de
oproepenheeft Bureau Documenten geconcludeerd dat deze met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet bevoegd opgemaakt en afgegeven omdat is gebleken dat de opmaak en de afgifte afwijkt van het beschikbare vergelijkingsmateriaal.
Verder is het
proces-verbaalonderzocht, maar nu er een kopie is overgelegd van het proces-verbaal, kan er geen uitspraak worden gedaan over de echtheid en de opmaak en afgifte.
Ten aanzien van het
vonnisis geconcludeerd dat er sprake is van het ontbreken van voldoende en betrouwbaar vergelijkingsmateriaal, hetgeen ertoe leidt dat er geen uitspraak kan worden gedaan over de echtheid, opmaakt en afgifte van het document.
Van geen van de documenten kan worden vastgesteld of zij inhoudelijk juist zijn.
5. Bij de bestreden besluiten heeft verweerder de asielaanvragen afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw. [2] Verweerder acht de nationaliteit en herkomst van eisers geloofwaardig. De identiteit van eisers vindt verweerder, net als in de eerdere procedure, ongeloofwaardig. Verweerder heeft eveneens ongeloofwaardig geacht dat eisers problemen hebben ondervonden naar aanleiding van de dood van hun vader. Op grond van het geloofwaardig geacht element komen eisers niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning, omdat zij niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij bij uitzetting naar de Democratische Republiek Congo (hierna: DRC) te vrezen hebben voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade.
6. Eisers voeren hiertegen het volgende aan. Verweerder heeft onterecht hun identiteit ongeloofwaardig geacht. Eisers hebben immers echt bevonden paspoorten overgelegd. Ook de geboorteakten waarop de paspoorten zijn gebaseerd, zijn echt bevonden. De conclusie van Bureau Documenten is gebaseerd op een verouderd ambtsbericht [3] van 2019, terwijl in het nieuwe ambtsbericht van 2022 noch in de uitspraak van de rechtbank Rotterdam over documentenfraude wordt gesproken. Verder moet ook aan de niet te onderzoeken documenten bewijswaarde worden toegekend. Eisers verwijzen daarbij naar een arrest van het Hof van 10 juni 2021 [4] waaruit blijkt dat geen onderscheid mag worden gemaakt tussen een eerste of opvolgende aanvraag bij de beoordeling van documenten. Verweerder heeft de documenten dan ook ten onrechte niet bij de beoordeling meegenomen. Ook had het vonnis meegewogen moeten worden bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de verklaringen van eisers. Hiermee is immers een begin van bewijs gemaakt. Volgens de uitspraak van de Afdeling van 26 januari 2022 [5] moet worden nagegaan of verweerder heeft voldaan aan de samenwerkingsverplichting. Het stuk van de ANR is door eisers overgelegd om onduidelijkheden omtrent de dood van hun vader op te helderen. Waarom hierover andere informatie in het visumdossier zit, weten eisers niet. Verweerder had het stuk ook moeten meewegen. Zij verwijzen nogmaals naar het arrest van het Hof.
Voorts zijn de paspoorten en de Attestation de Frequentation echt bevonden door Bureau Documenten. Eisers verwijzen naar een uitspraak van de Afdeling [6] van 6 december 2011 [7] en Werkinstructie 2022/4 waaruit volgt dat er moet worden uitgegaan van de gegevens in de echt bevonden paspoorten. Tot slot heeft verweerder geen persoonlijke individuele belangenafweging verricht met betrekking tot het opleggen van het inreisverbod.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Identiteit
7. De rechtbank stelt vast dat de door eisers overgelegde paspoorten zijn afgegeven op grond van de geboorteakten waarover deze rechtbank in haar uitspraak van 18 maart 2022 heeft geoordeeld dat verweerder niet van de inhoudelijke juistheid ervan hoefde uit te gaan. In de vorige procedure is dan ook in rechte komen vast te staan dat de identiteit van eisers niet geloofwaardig is. Het gaat in eerste instantie om de vraag of eisers alsnog hun gestelde identiteit aannemelijk hebben gemaakt met wat zij in deze opvolgende aanvraag hebben aangevoerd en overgelegd. De nieuwe informatie moet worden beoordeeld in samenhang met de eerdere bevindingen.
8. De rechtbank is van oordeel dat eisers hun gestelde identiteit niet alsnog aannemelijk hebben gemaakt. Hoewel de overgelegde paspoorten origineel zijn en echt zijn bevonden door het Bureau Documenten leidt dit niet tot geloofwaardigheid van de identiteit van eisers. Uit het documentenonderzoek blijkt immers dat er geen uitspraak kan worden gedaan over de opmaak, afgifte en inhoudelijke juistheid van de paspoorten. Ten aanzien daarvan verwijst verweerder terecht naar het ambtsbericht van 2019 waaruit blijk dat de Congolese autoriteiten (tegen betaling) geregeld documenten afgeven en legaliseren met een valse inhoud. Dit houdt in dat deze documenten door de daartoe bevoegde autoriteiten zijn opgesteld en afgegeven, maar dat de informatie vals is. Dat in het ambtsbericht van 2021 niet over dit onderwerp wordt gesproken, betekent niet dat er geen sprake meer is van vervalsing van documenten. Uit landeninformatie waarnaar verweerder in het bestreden besluit heeft verwezen blijkt immers dat corruptie nog steeds op alle niveaus voorkomt in de
DRC. Daar komt nog bij dat de paspoorten zijn afgegeven op basis van geboorteakten waarvan in rechte vaststaat dat niet van de inhoudelijke juistheid hoeft te worden uitgegaan. Niet is gebleken dat de paspoorten zijn afgegeven op basis van deugdelijk onderzoek of betrouwbare brondocumenten. Hierdoor hoefde verweerder niet uit te gaan van de inhoudelijk juistheid van de paspoorten. Bovendien heeft verweerder het bevreemdend mogen vinden dat, ondanks de gestelde problemen in de DRC, door de Congolese ambassade probleemloos paspoorten aan eisers zijn afgegeven. Verder is een Attestation de Frequentation geen document op basis waarvan de identiteit van eisers kan worden vastgesteld. Daarom kan ook een dergelijk document niet leiden tot geloofwaardigheid van de identiteit van eisers.
9. Verweerder heeft de identiteit van eisers dan ook niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht.
Problemen naar aanleiding van de dood van de vader
10. Een verklaring van onderzoek van Bureau Documenten is een deskundigenadvies waarvan verweerder in beginsel mag uitgaan. Daarbij moet hij zich er wel van vergewissen dat de verklaring zorgvuldig tot stand is gekomen en inhoudelijk voldoende inzichtelijk en concludent is. [8]
11. De rechtbank stelt vast dat uit het onderzoek van de door eisers overgelegde oproepen is gebleken dat deze met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet bevoegd opgemaakt en afgegeven, omdat is gebleken dat de opmaak en de afgifte afwijkt van het beschikbare vergelijkingsmateriaal.
12. Na met toepassing van artikel 8:29 Awb Pro [9] kennis te hebben genomen van het vergelijkingsmateriaal ten aanzien van de door Bureau Documenten onderzochte oproepen, komt de rechtbank tot het oordeel dat het onderzoek door Bureau Documenten zorgvuldig is geweest en dat verweerder voldaan heeft aan zijn vergewisplicht. Verweerder heeft de conclusies van Bureau Documenten aan het bestreden besluit ten grondslag mogen leggen, omdat dit – naar wijze van totstandkoming – zorgvuldig en – naar inhoud – inzichtelijk en concludent is. Verweerder heeft zich dan ook niet ten onrechte mede gebaseerd op de conclusies van Bureau Documenten ten aanzien van de oproepen. Van belang is ook dat eisers het onderzoek van Bureau Documenten niet door middel van een contra-expertise hebben weerlegd.
13. Vastgesteld wordt dat de rechtbank in haar uitspraak van 18 maart 2022 heeft geoordeeld dat de problemen van eisers naar aanleiding van de dood van hun vader ongeloofwaardig zijn. Dit is in rechte vast komen te staan. Bij de thans bestreden besluiten heeft verweerder niet ten onrechte overwogen dat de door eisers ingediende documenten geen aanleiding geven tot een ander oordeel. Verweerder heeft zich daarbij mogen baseren op het onderzoeksresultaat van Bureau Documenten. Zoals onder 10 is overwogen, is een verklaring van onderzoek van het Bureau Documenten een deskundigenbericht. Eisers hebben geen contra-expertise ingebracht tegen het onderzoeksresultaat van Bureau Documenten. Evenmin hebben zij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan het onderzoek aangevoerd. Verweerder heeft dan ook kunnen overwegen dat niet de waarde aan deze documenten kan worden gehecht die eisers wensen. De overige tegenwerpingen van verweerder zijn voldoende gemotiveerd. Voor zover eisers stellen dat verweerder de samenwerkingsplicht heeft geschonden, wordt dit niet gevolgd. Eisers hebben deze beroepsgrond niet nader geconcretiseerd en onderbouwd. Tot slot merkt de rechtbank op dat het arrest van het Hof ziet op het ongeoorloofde onderscheid tussen een eerste en een opvolgende aanvraag. Echter is daarvan geen sprake, nu verweerder de door eisers overgelegde documenten heeft meegewogen in zijn beoordeling.
14. Verweerder heeft de aanvragen terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Inreisverbod
15. Nu de aanvragen terecht zijn afgewezen als kennelijk ongegrond, heeft verweerder overeenkomstig zijn beleid bepaald dat eisers onmiddellijk Nederland moeten verlaten. Eisers hebben op 11 februari 2022 al een terugkeerbesluit gekregen. Het terugkeerbesluit is nog steeds geldig. Verweerder was vervolgens gehouden om een inreisverbod tegen eisers uit te vaardigen. [10] Verweerder heeft in de door eisers aangevoerde omstandigheden geen reden hoeven te zien om geen inreisverbod uit te vaardigen. De stelling dat eisers al langdurig in Nederland verblijven en familieleden in Nederland hebben, is zonder nadere onderbouwing daarvoor niet voldoende.
Conclusie
16. De beroepen zijn ongegrond. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 12 juni 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Rechtbank Den Haag, 18 maart 2022, ECLI:NLLRBROT:2022:2001.
2.Vreemdelingenwet 2000.
3.Algemeen ambtsbericht van de Democratische Republiek Congo.
4.HvJEU d.d. 10 juni 2021, C/921/19, ECLI:EU:C:2021:478.
6.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
8.Zie ook de uitspraak van de Afdeling van 19 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1904.
9.Algemene wet bestuursrecht.
10.Op grond van artikel 66a, eerste lid, onder a, van de Vw.