ECLI:NL:RBDHA:2025:10344
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning familie- of gezinsleven wegens motiveringsgebrek
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het verblijfsdoel verblijf als familie- of gezinslid bij haar zoon in Nederland. De minister wees deze aanvraag af en verklaarde ook het bezwaar ongegrond. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom geen sprake zou zijn van familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. Met name na de aanvraag zijn nieuwe omstandigheden aan het licht gekomen, waaronder een medisch advies dat zonder behandeling een medische noodsituatie dreigt. Deze omstandigheden had de minister moeten betrekken bij de beoordeling van het bestaan van familie- of gezinsleven.
De minister had deze omstandigheden wel betrokken in een belangenafweging, maar die belangenafweging is niet gelijk aan de toets of sprake is van familie- of gezinsleven. De rechtbank constateert daarom een motiveringsgebrek en vernietigt het bestreden besluit. De minister wordt opgedragen binnen acht weken opnieuw te beslissen op het bezwaar. Daarnaast krijgt eiseres een proceskostenvergoeding van €1.814 toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; de minister moet binnen acht weken opnieuw beslissen.