ECLI:NL:RBDHA:2025:10483
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Emaus-Visschers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser diende op 2 januari 2025 een asielaanvraag in, die de minister op 1 mei 2025 niet in behandeling nam omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en voerde aan dat Duitsland niet betrouwbaar is vanwege tekortkomingen in de asielprocedure, opvangtekorten en toegenomen rechtsextremistisch geweld.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat de tekortkomingen in Duitsland niet zodanig ernstig zijn dat dit vertrouwen moet worden opgeheven. De stellingen van eiser zijn onvoldoende onderbouwd en de rechtbank mag niet toetsen op risico op refoulement na overdracht.
Daarnaast stelde eiser dat de minister de aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening onverplicht aan zich had moeten trekken vanwege bijzondere individuele omstandigheden. De rechtbank vindt dat de minister dit niet onterecht heeft geweigerd, mede omdat de situatie van eiser niet schrijnend genoeg is en zijn vrees in Nigeria door de Duitse autoriteiten moet worden behandeld.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het besluit blijft in stand en de minister mag eiser aan Duitsland overdragen. De proceskosten worden niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de minister mag eiser aan Duitsland overdragen.