Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres 1], eiser, [eiseres 2], eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Verweerder had uiterlijk op 10 december 2024 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eisers hebben verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend.
Verweerder hanteert het fifo-principe, waardoor de aanvraag pas in augustus 2026 in behandeling wordt genomen. De rechtbank oordeelt dat dit geen reden is om het beroep aan te houden of een ruimere beslistermijn toe te staan dan de door de Afdeling bestuursrechtspraak gehanteerde termijnen. De rechtbank legt een beslistermijn van acht weken op, met een mogelijkheid tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding van deze termijn. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €453,50. Het verzoek om vrijstelling van griffierecht wordt definitief toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.