Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is, omdat de minister de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder besluit te nemen.
De rechtbank legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €15.000, opgelegd voor overschrijding van deze termijn. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden vastgesteld en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht.
De uitspraak verwijst naar eerdere jurisprudentie van de rechtbank Arnhem en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ter onderbouwing van de redelijkheid van de termijnen. De rechtbank benadrukt dat bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van asielvergunningen sprake is van een bijzonder geval dat een langere beslistermijn rechtvaardigt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van dwangsommen.