ECLI:NL:RBDHA:2025:10922
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wegens mvv-vereiste niet in strijd met Turks associatierecht
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor arbeid als zelfstandige, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het ontbreken van een vrijstelling van dit vereiste.
Eiseres voerde aan dat het mvv-vereiste in strijd is met het Turks associatierecht, onder meer omdat het zonder wettelijke basis zou zijn ingevoerd, niet voldoet aan de voorwaarden van dwingende redenen van algemeen belang, en het discriminatieverbod schendt. Daarnaast stelde zij dat de minister haar in de bezwaarprocedure had moeten horen.
De rechtbank oordeelt dat het mvv-vereiste niet in strijd is met het Turks associatierecht, verwijzend naar eerdere uitspraken van dezelfde zittingsplaats. Ook is het niet nodig dat de minister eiseres in bezwaar hoort, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond is en eiseres niet concreet heeft aangegeven waarover zij gehoord wilde worden.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de aanvraag in stand blijft. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter D. Bruinse-Pot en griffier S.J.B. ter Beke.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wordt ongegrond verklaard en het mvv-vereiste blijft van toepassing.