ECLI:NL:RBDHA:2025:1104
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen last onder bestuursdwang tot ontruiming sociale huurwoning wegens overtreding huisvestingsregels
Eiser woont sinds november 2022 met zijn gezin zonder toestemming van de verhuurder in een sociale huurwoning die alleen bestemd is voor de huurder en diens gezinsleden. Verweerder heeft een last onder bestuursdwang opgelegd tot ontruiming wegens overtreding van de huisvestingsregels, omdat eiser niet beschikt over een huisvestingsvergunning en er geen duurzame gemeenschappelijke huishouding is met de huurder.
Eiser stelt dat er wel een gemeenschappelijke huishouding is en dat hij met zijn gezin in de woning woont, met wederzijdse zorg en gedeelde taken. Hij wijst op het belang van zijn minderjarige dochter en het ontbreken van alternatieve woonruimte. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat sprake is van illegale bewoning zonder toestemming en dat er geen concreet zicht is op legalisatie.
De rechtbank weegt het maatschappelijk belang van een eerlijke verdeling van schaarse sociale woonruimte tegen het individuele belang van eiser en zijn gezin. Er is geen sprake van bijzondere omstandigheden of zeer ernstige medische problematiek die handhaving in de weg staan. De belangen van de minderjarige dochter zijn voldoende meegewogen, mede gelet op artikel 8 EVRM Pro en artikel 27 IVRK Pro.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de last onder bestuursdwang. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder bestuursdwang tot ontruiming van de sociale huurwoning wordt ongegrond verklaard.