ECLI:NL:RVS:2020:2868
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit aanleg verharde paden wegens medische noodzaak
Het college van burgemeester en wethouders van Eersel legde appellant op 14 november 2017 een last onder dwangsom op om verharde paden en lichtpunten op zijn perceel te verwijderen omdat deze in strijd waren met het bestemmingsplan 'Buitengebied 2017' en de Wabo. Appellant erkende de strijdigheid maar voerde aan dat bijzondere omstandigheden, met name de medische noodzaak van zijn dochter, handhaving onredelijk maken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar in hoger beroep overwoog de Afdeling dat de medische rapportages aantonen dat de dochter van appellant ernstige lichamelijke en psychische klachten heeft en therapie nodig heeft die alleen mogelijk is met een verhard pad dat voldoet aan specifieke voorwaarden. Het pad op het perceel voldoet hieraan, terwijl andere verharde delen dat niet doen.
De Afdeling oordeelde dat het college zich niet redelijk op het standpunt kon stellen dat er geen bijzondere omstandigheden zijn om van handhaving af te zien. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het besluit van het college vernietigd en het verzoek tot handhaving afgewezen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het handhavingsbesluit tot verwijdering van verharde paden wordt vernietigd vanwege medische noodzaak en bijzondere omstandigheden.