ECLI:NL:RBDHA:2025:11572
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wijziging verblijfsvergunning van humanitair tijdelijk naar humanitair niet-tijdelijk wegens niet voldoen paspoortvereiste
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw en slachtoffer van mensenhandel, had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking 'humanitair tijdelijk'. Zij verzocht om wijziging van het verblijfsdoel naar 'humanitair niet-tijdelijk'. De minister wees dit verzoek af omdat eiseres niet voldeed aan het paspoortvereiste zoals gesteld in artikel 16 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank bevestigt dit oordeel en stelt vast dat eiseres ten tijde van het besluit niet in het bezit was van een geldig paspoort.
Eiseres voerde aan dat de minister onzorgvuldig had gehandeld door niet te informeren naar de status van haar paspoortaanvraag en dat er bijzondere omstandigheden waren die toepassing van artikel 4:84 Awb Pro rechtvaardigen, onder meer vanwege haar en haar minderjarige kind’s kwetsbaarheid en medische situatie. De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende gemotiveerd heeft dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn en dat de belangen van het minderjarige kind zijn meegewogen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om het Bureau Medische Advisering te betrekken, aangezien in de asielprocedure al om medisch advies is gevraagd. Ook is er nog geen terugkeerbesluit opgelegd, waardoor toetsing aan artikel 3 EVRM Pro niet aan de orde is. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen verblijfsvergunning met het doel 'humanitair niet-tijdelijk' krijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning wegens niet voldoen aan het paspoortvereiste.