Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond. Het beroep was niet tijdig ingediend binnen de wettelijke termijn van één week na het besluit van 2 mei 2025. Hoewel eiser en zijn gemachtigde persoonlijke omstandigheden aanvoerden, oordeelde de rechtbank dat deze niet verschoonbaar waren omdat de gemachtigde een professionele rechtshulpverlener is en de omstandigheden in haar privésfeer lagen.
De rechtbank toetste ook of er sprake was van Bahaddar-omstandigheden, die een uitzondering kunnen vormen bij uitzetting indien sprake is van een onmiskenbare schending van artikel 3 EVRM Pro. De verklaringen van eiser over zijn situatie en lidmaatschap van een organisatie waren onvoldoende onderbouwd en inconsistent, waardoor de rechtbank geen reden zag om het beroep ontvankelijk te verklaren.
De rechtbank concludeerde dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare omstandigheden en het ontbreken van Bahaddar-criteria. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter K.M. de Jager op 30 juni 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig instellen en ontbreken van verschoonbare omstandigheden.