Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres],
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij een referent. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht definitief toegewezen.
De aanvraag is ingediend op 31 oktober 2023, met een beslistermijn van 90 dagen die met drie maanden is verlengd, waardoor uiterlijk op 29 april 2024 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is verstreken zonder besluit, waarna de minister op 12 juni 2024 rechtsgeldig in gebreke is gesteld. Het beroep is op 17 februari 2025 tijdig ingesteld en wordt kennelijk gegrond verklaard.
De rechtbank legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd bij overschrijding. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van €453,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen en een dwangsom wordt opgelegd bij overschrijding.