ECLI:NL:RBDHA:2025:11687
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Indiase nationaliteit, diende op 14 april 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder besloot deze aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Oostenrijk verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Nederland deed een verzoek tot terugname bij Oostenrijk, dat dit verzoek aanvaardde. Eiser werd op 14 mei 2025 overgedragen aan Oostenrijk.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege problemen in de Oostenrijkse opvang, waaronder gebrek aan medische hulp en bedreigingen die hij persoonlijk had ervaren. Tevens stelde hij dat hij bij terugkeer naar India risico loopt op schending van het non-refoulementbeginsel. Hij verzocht ook om humanitaire behandeling van zijn aanvraag in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, dat alleen kan worden weerlegd met concrete aanwijzingen van structurele en ernstige tekortkomingen in de opvang. De aangevoerde problemen en het AIDA-rapport boden hiervoor onvoldoende grond. Klachten over de opvang kunnen bij Oostenrijkse autoriteiten worden ingediend. De rechtbank volgde de jurisprudentie dat indirect refoulement binnen de Dublinprocedure niet beoordeeld kan worden.
Ook vond de rechtbank geen bijzondere omstandigheden die overdracht onevenredig hard maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder hoefde de aanvraag niet in behandeling te nemen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en eiser is overgedragen aan Oostenrijk.