Werkneemster is sinds 1991 in dienst bij werkgever en meldde zich in mei 2021 ziek. Werkgever heeft zijn re-integratieverplichtingen niet nagekomen, wat leidde tot een loonsanctie van UWV. Werkneemster verzocht om beëindiging van het dienstverband met transitievergoeding, maar werkgever weigerde mee te werken.
De kantonrechter oordeelt dat geen redelijk belang bestaat bij instandhouding van de arbeidsovereenkomst en wijst het verzoek tot ontbinding toe. Werkgever heeft ernstig verwijtbaar gehandeld door het niet naleven van re-integratieverplichtingen en het niet tijdig betalen van loon. De kantonrechter kent daarom een transitievergoeding van €23.878,40 en een billijke vergoeding van €10.000 toe.
Daarnaast worden openstaande verlofdagen, vakantietoeslag, loon en buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. Werkgever wordt veroordeeld tot het verstrekken van correcte salarisspecificaties en jaaropgave. Werkneemster krijgt de mogelijkheid haar verzoek in te trekken tot 26 juni 2025.